Een wc-papieren roos voor het raam

De wereld verkeert in een grote gezondheidscrisis. Het nieuws informeert ons dagelijks over aantallen zieken en doden. We hongeren naar dit nieuws, willen niets missen, en tegelijkertijd voeden dit soort berichten de crisis die we nu innerlijk ervaren: die op het spirituele niveau. Het onder ogen komen van leed, van ontwrichting, van de vele onzekerheden die ons eigen bestaan plotseling kent, trekt de zekere bodem onder ons bestaan weg. Een zekerheid die er nooit werkelijk is geweest, maar die toch als een behaaglijk gordijn voor de ramen van ons huis hing.

Die gordijnen zijn nu wel definitief weggetrokken en via onze smartphones hebben we een aardig raam op de wereld. Maar de rampenfilm die zich daar langzaam afspeelt, voedt de onrust in onze binnenkamers. Hoe meer we toelaten, hoe meer de onrust in ons binnenste woedt als een vlam. Ons hart is de deur naar de wereld. De vlam van het dagelijkse nieuws likt zich omhoog langs de deurposten. Maar dan is het tijd voor de brandweer om op te staan. ‘Stelt u dan op’, zegt Paulus (Ef. 6.14-18). Niet met closetrollen, maar met het zwaard van de geest.

In zekere zin wordt ieder van ons op zichzelf teruggeworpen om te stoeien met de meest fundamentele levensvragen. Ons kwetsbare bestaan staart ons dagelijks diep in de ogen, ogen met inmiddels dieprode randen. Maar dit kijken werkt ook als een vergrootglas in het zonlicht: er wordt veel weggeschroeid en vele nutteloze dekmantels verdwijnen als sneeuw voor de zon. We zijn al bijna naakt, en we zullen nog naakter worden.

Nog even en we kunnen elkaar weer daadwerkelijk aanzien. Aanraken is nu ontraden, maar er komt een tijd dat we elkaar zullen aanraken als niet eerder. We zullen elkaar aanraken en geheel nieuwe werelden zien. We zullen elkaar zo diep aanstaren, dat de tranen ons in de ogen springen. We zullen niet weten wat we zo lang gedaan hebben, maar ons bestaan zal op geheel nieuwe leest geschoeid zijn.

Ter herinnering aan deze tijden zal iedereen een wc-papieren roos voor zijn raam zetten, ter herinnering aan de grote verandering die in ons leven kwam. We zullen niet willen vergeten dat we ooit anders dachten en andere mensen waren. We zullen leven in een nieuwe tijd. Heeft die leerling van mij toch gelijk, die me vrijdag vroeg: ‘meneer, is dit nu de eindtijd?’. Ja, deze crisis wil een nieuw begin maken. Een beter begin. 

"Waar een ruïne is, is hoop op een schat"

In wezen is alle huidige paniek terug te voeren op onze angst voor de dood. We worden door het pijnlijke nieuws keihard herinnerd aan onze sterfelijke menselijke natuur. We leven ons leven, maar kunnen op tal van manieren plotseling uit het tijdelijke worden weggerukt. Één van deze manieren heeft een nogal dreigend smoelwerk gekregen en waart in onze straten rond, als een dinosaurus met een lange staart. Het is daarom nodig ons te leren verhouden tot het idee van onze eigen dood. ‘Dood, waar is uw angel?’ schrijft de apostel Paulus aan de Korintiërs. Kunnen wij net als Paulus de angel uit onze doodsangst halen? Hoe zouden wij dit kunnen? Door een dieper besef toe te laten van ons eigen zijn.

We kunnen de doodsangel verwijderen door diep in ons binnenste af te dalen en te beseffen (diep te voelen) dat in ons de eeuwigheid woont. Wij zijn wezens met een eindige vorm, maar met een tijdloze essentie. Het diepste wezen van de mens is ongeboren en onsterfelijk. Om met de spirituele leraar Willigis Jäger te spreken: ‘Waarom zou ik bang zijn dat mijn schip ten onder gaat, wanneer God toch ook de zee is waarin het verzinkt?’. Of, om andere woorden van hem te gebruiken: ‘We houden ons voor het strand dat naar de zee snakt, maar we zijn de zee die met het strand speelt’. Ofwel: we moeten ons hele perspectief ondersteboven keren over wie wij zijn. We zijn niet de tijdelijke mens die naar wc-papier hamstert. We zijn een manifestatie van de goddelijke oergrond.

Wanneer we vanuit dit andere perspectief naar onszelf kijken, wordt ook duidelijk dat we met onze medemensen verbonden zijn, ook met hen die nu lijden en getroffen zijn. God zelf (HET) bestaat in de vele duizenden mensen met coronavirus. En hij (HET) bestaat niet alleen, maar hij (HET) ligt aan de beademing, hij (HET) lijdt en sterft in de ziekenhuizen over de hele wereld. Dood, leed en pijn, ze zijn niet los te maken van deze wereld. We kunnen niet wegkijken. Er worden sporen getrokken in harten van mensen, diepe sporen die niet snel genezen. Maar geopende harten zijn als glinsterende edelstenen. Zoals de islam-mysticus Rumi dichtte: ‘Waar een ruïne is, is hoop op een schat’.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag