Het geheim dat op je wacht

We zullen niet naar bijzondere dingen hoeven zoeken maar onze ogen openen voor het gewone. Er is niets nodig dan te zien dat wij door wonderen omringd zijn en dat ons leven van alle mysteriën die ons omringen wel het grootste is. In alle dingen rusten geheimen die groter zijn dan de grootste zeeën en alle wezens die ons wakend aanzien hebben dromen die voorbij de verste sterren reiken.

Wij hebben geen opdrachten anders dan in ons ware zijn te ontwaken en geheel te ervaren dat wij één met alle dingen zijn. We hebben te leren dat de vele schoonheden die wij aan de hemel en op aarde ontdekken evengoed in ons binnenste wonen en dat ons hart dezelfde wijsheid draagt die ook in stenen ruist en in de ogen van dieren die op bergtoppen naar het maanlicht staren.  

Er zijn geen dingen die ons niet moeten verbazen. Een stroompje lucht verlaat je lippen. Een plukje haar valt langs je slapen. Een slokje koud water stort zich in de duistere afgrond van je keel. Je handen die naar het zonlicht tasten bevatten evenveel lijnen als de nerven in een blad en ‘s nachts wanneer de sterren je huid verlichten stroomt bloed ritmisch door jouw aderen.

We hoeven niet op zoek naar nieuwe dingen. Het gewone leven kent geheimen die als gouden dukaten op onze wegen zijn geplaatst. Wij zijn hier als getuigen van blauwe luchten en dieren die als zangers een verhaal vertellen. Zo zijn er ook veel dingen aan wier zijn we niet zomaar voorbijgaan kunnen. Hun presentie is te sterk, hun woordeloze taal heeft ons wezen aangeraakt.

Reizen biedt minder vergezichten dan vertragen. Overal waar we stilhouden staart dezelfde eeuwige schoonheid ons aan. Geen reiziger die zulk een weelde ziet legt niet zijn koffer in het gras en zijn handen die zich vormden naar papieren vouwen zich nu om een eeuwenoud eikenblad. Het ligt zwijgzaam wachtend in het gras want weet: eens komt er een die mijn geheim ontvangen wil. 

Dank aan alle kinderen

Dank aan alle kinderen die vandaag uit spelen gaan ook al is de speeltuin niet meer dan een verwaarloosde tuin, dank aan alle kinderen die spelen waar geen speelgoed is ze bedenken gewoon hun eigen spel als ik nu een vogel ben dan kun jij een vliegtuig zijn, dank aan alle kinderen want als wij terneergeslagen in het duister staren vinden zij een kleine kleurrijke kraal.

Dank aan alle kinderen als ik zie dat zij in kleurrijke jassen van glijbanen gaan hun gezichten hebben de blos van rijpe appels en hun haren hebben het wilde wapperen dat bloemen hebben op zonbeschenen velden, ik zie graag hoe zij op schommels steeds hoger steeds vrijer de lucht in zweven hun ogen schitteren als de meest heldere sterren en hun stemmen klinken zuiverder dan nachtegalen.

Dank aan alle kinderen voor de keren dat hun handen uitreiken naar ballonnen, naar suikerspinnen, dank aan hun handen die verlegen in jaszakken zitten of verdwijnen in grote bossen ongekamd haar, dank aan de kinderen voor alle ballen die in verkeerde tuinen vielen, voor schoten tegen garagedeuren en afgezwaaid in sloten, dank aan de kinderen voor bolle wangen vol dropveters en patat.

Dank aan alle kinderen voor stappen door plassen en luid slurpen uit limonadeglazen, voor het onbedaarlijk lachen om onbetamelijke grappen, dank aan de kinderen voor spreekbeurten over lego en dinosaurussen en koude neuzen tegen het keukenraam, dank aan de kinderen voor alle kolderieke dansjes en verhaaltjes zonder enige samenhang, voor hun stotteren en spraakwatervallen.

Dank aan alle kinderen voor gevingerverfde landschappen met lachende zonnen, voor boterbloemen in kleine glaasjes voor het keukenraam gezet en herfstbladeren kunstig ingeplakt in fotoboeken. Dank aan alle kinderen voor ondeugende blikken en vele ontwapenende vragen, dank voor de liefde waarmee ze hun naam in vriendenboeken schrijven, in schriften, of zomaar in condens op ramen.

Een ziel van licht en edelstenen

We zijn een ziel op een aardse missie. We zijn hier geboren, maar we komen niet van hier. Onze oorsprong ligt in het licht van vele sterren. Toen we hier kwamen vergaten we dit, we moesten ons aanpassen aan de tragere sfeer van de materiële wereld en de zwaarte van het fysieke lichaam. Alles voelde pijnlijk en zo totaal anders dan in de lichtende meren waarin we stralend zwommen. 

Om te overleven in de lagere sfeer moesten we veel kopiëren van wat we zagen, we leerden vlug en ons aanpassingsvermogen ontwikkelde zich wonderbaarlijk snel. Al snel zouden we merken dat niets zoveel waardering en lof van de buitenwereld opriep als precies dit. Zo werd ons leven een voortdurend nabootsen en conformeren – een zoveel mogelijk afstemmen op de groep.

We ontwikkelden een leven dat de goedkeuring kon wegdragen van de samenleving – want de normen die zij stelde waren in ons denken doorgedrongen en het gedrag dat zij dicteert werd door ons nauwlettend uitgevoerd. Maar in ons binnenste tikte een ziel tegen deurposten, schraapte luid haar keel en begon uiteindelijk een revolutie. Het is niet om schaduwen na te bootsen dat we hier zijn gekomen, maar om licht te brengen. 

We zijn als zielen naar de aarde gekomen om licht te brengen. We zijn hier allereerst gekomen om ons bewust te worden van het eeuwige licht dat we in ons dragen – ons hart is gevuld met sterrenvonken. En ons lichaam, dat onwennig omhulsel, wil worden ontdekt als zoveel meer dan de manke ezel die we ervan maken. Iedere cel wil zich openbaren als een bibliotheek van lichtkennis en een poort naar de hoogste sterren.

We zijn een ziel van licht en edelstenen en het is uit onmetelijke lichtzeeën dat we hier op een tijdelijke missie zijn neergedaald. We zijn hier niet om naar een krakende radio te luisteren. In onze oren ruist de kosmos. In onze harten stroomt de eeuwige muziek van het leven dat geen andere dood kent dan in licht omgevormd te worden. En ons lichaam – edel monument – is een kosmische tent waar sterren wonen. 

Wonderen in iedere seconde

Er is een liefde die jou liefheeft. Er is een hand die op je schouder ligt. Er is een teder licht dat langs jouw wangen scheert en dat om je heen danst zoals gordijnen dansen bij open ramen. Er is iets zo teders dat het nergens anders wonen kan dan in het onzichtbaar-ijle dat je ogen bemint en dat je handen liefkoost in het donker en dat elke cel van je lichaam trillen doet. Er gebeuren wonderen in iedere seconde.

Er gebeuren wonderen in het ogenblik dat jij je vingers openvouwt naar het licht – het valt binnen door de ramen en verwarmt ruiten waarop zoëven nog koude angsten lagen. Het baant zich nieuwe wegen waar weerstand muren bouwde en waar oude gewoontes zich als stangen aaneen regen. Er gebeuren wonderen in het ragfijn leven waar het jouwe deel van is, je wordt beschenen door stroken van licht.

In stroken van licht is jouw bestaan gevouwen zoals vazen in zijdezachte kleden of zoals purperen bloemen rondom juwelen staan, je wordt bemind zoals dunne bloemstelen op lentewind bewegen en hun kopjes schudden. Er is in het diepste van de dingen een fluweel bewegen, een zo teder vloeien zoals lichamen soms uit dansen gaan of zoals stroken papier uit ramen vlietend naar de aarde vallen.

Waar jij lege plekken ziet staan scharen engelen en in iedere seconde werken zij wonderen in jouw binnenste. Er is een teder licht dat neerdaalt als de mildste regen en er zijn dromen die in jouw binnenste zachte liedjes weven. Ons bestaan is zo peilloos veel dieper dan we denken kunnen, het lichaam dat hier ligt en zacht wordt aangeraakt is slechts een van de vele. 

In iedere seconde dat je ademhaalt gebeuren wonderen die je niet ziet en voor de geest altijd verborgen zullen zijn. Onze ogen zijn te grof en onze handen grijpen als kolenschoppen in het donker. Maar het licht dat zijdezacht vloeiend met je wimpers speelt heeft je gevonden daar waar je ziet hoe streepjes licht op vensterbanken vallen – het is door het steels bewegen alleen dat je weet dat het er is.

Memo voor je ziel

Adem je waarheid de wereld in. Spreek je woorden zacht en duidelijk, laat geen misverstand bestaan over de kleuren van je hart en de dromen die de basis van je handelen vormen. Geef ruim baan aan de verlangens die je elke morgen overeind doen komen. Beweeg soepel mee op het ritme van je bloed en pas daarop de tred van je voeten aan. 

Pas op voor systemen. Pas op voor alles waar geen ziel in woont. Heul met bomen en dieren. Loop weg voor loze woorden, verbind je oor met het sprakeloze spreken dat heel de kosmos als een doek vol sterren samenweeft. Er wonen sterren in jouw hart. Vind het zwevende lied dat jou voortdrijft in magische wouden. Er liggen levende tekens op jouw pad. 

Wees licht als een morgenlichtstraal. Wees mild en fris. In je hart wonen geuren die door duizelingwekkende tuinen willen waaien. Waai open als gordijnen opgetild door lentewind. Leer weer voelen als een kind, vind verwondering en vreugde om ieder ding dat zich vol overgave aan je tonen wil. Verwelkom streling en rauw plezier.

Reis tussen werelden, maar maak woning in je eigen hart. Leef als een bij die honing uit wiegende bloemkelken puurt. Schrijf je dromen op iedere muur, op iedere beslagen spiegel. Tuur niet naar de regen voor een regenboog, maar wek zonnen in iedere regenplas. Vang het levende licht uit iedere dauwdruppel, uit iedere aarzelend gesproken lettergreep.

Word de lichtbrenger in de nacht van de wereld. Word de zachte symfonie in het orkest van pauken. Herinner de wolven aan de zwijgende liedjes die in de avond hun hongerige magen tot stilstand brengen. Één tingel is genoeg van de triangel, als die zuiverder is dan de zuiverste sneeuw. Één zuiver woord, één lichtstraal, kan deze wereld voorgoed veranderen. 

Het hart is goud geplaveid

Er zijn veel grijze wegen, maar één gouden. Er zijn veel woorden die kunnen klinken maar jij bent hier gekomen om het gouden woord te spreken, het woord dat diep oprijst uit jouw binnenste. Er zijn veel paden waarop je voeten kunnen wandelen, maar het gouden pad is de jouwe. Het is een pad van waarheid en radicale overgave aan het leven, het is een pad van volledige trouw aan je hart.

Er zijn talloos veel gebaren, maar er is één gebaar dat daadwerkelijk leven brengt, er is één glimlach waardoor harten open vouwen. Je bent hier niet gekomen om de wereld te dienen, je bent hier gekomen om gouden druppels in de oceaan te mengen, je bent hier gekomen met gouden sterren in jouw handen. Als ik aan het water ben zie ik vele gouden boten op de horizon afgaan.

Er zijn talloos veel blijdschappen, maar er is één blijdschap die als glinsterende manen door je ogen straalt. Er is één woord dat de stilte draagt van bloemknoppen en maanverlichte nachten en dat ieder spreken overbodig maakt. Er zijn veel dagen waarop handen aan het werk willen gaan, maar één dag volstaat om het ware leven aan te vangen, één uur om in de eeuwige gouden stroom te staan.

Ga liggen in de nacht. Laat het ruisen van de zee je oren strelen. Je bent hier naartoe gekomen niet om mee te lopen of om andermans dromen te verwezenlijken, maar om de horizon te verlichten met jouw glans. Er zijn veel grijze wegen, maar er is één gouden pad dat op jou rekent. Er is één gouden pad dwars door de golven heen, maar het is de enige ware weg naar het leven. 

Laat je lippen maar zacht tuiten. Laat je ogen lonken naar verre kuststreken. Zet je ene voet maar voor de andere, want op deze weg zul je je beste krachten geven. Er is geen angst meer die je benen verlamt, er is twijfel meer of deze weg de jouwe is. Er is nu alleen nog maar de overgave. Er is nu alleen nog maar het gouden pad en het gouden zonlicht dat jouw wangen beschijnt.

Er is zoveel meer te voelen

Er is zoveel meer te voelen, zoveel meer van lippen te lezen. Er drijven tekens op de wind, in iedere handpalm wachten duizend helende woorden. Men moet dieper durven voelen, dieper reiken dan het zand. Er zijn tuinen vol lachende bloemen, er zijn dromen die als ondeugende kabouters willen dansen. Het leven wil veel ondeugender worden geleefd, kom doe je jas uit en dans met me.

Er is zoveel meer te voelen, nu de dieren kopjes komen geven. Ze hebben lang genoeg geluierd in hun holen vol zand, hun staarten willen langs glimmende stammen glijden. Kom kinderen, er zijn glinstergroene mossen waarop jullie mogen zitten, waar zijn de kastanjes, jullie mogen eten zonder servetten. Maar toe, leg jullie zachte hand nu eerst op deze vachten, ze glinsteren in het licht van vele sterren. 

Er is zoveel meer te voelen, deze aarde is een golvend lichaam, er zijn heuvels die stijgen en dalen als pianoklanken, er zijn bomen die als wijze oude koningen hun kruinen laten zakken en hun bebladerde mantels hangen beladen met sieraden naar de grond die baadt in zonlicht dat soepel door de takken danst. Stralen licht verlaten de lucht en de aarde – de wijze oude aarde – giechelt als een kind.

Er is zoveel meer te voelen, laat je handen rusten in tere bloembedden. Hoor het ritmisch neuriën van tintelend water. De wereld wordt het zorgeloos spel van een kind, ijs en ballonnen wachten achter iedere boomstam. We gaan uit op een wandeling maar niemand weet waarheen. Er is een wijsheid in het diepe hart van de wereld, in de lades van ons lichaam liggen oude verkreukelde kaarten.

Er is zoveel meer te voelen, ga zitten waar het water het meest helder stroomt, ga zitten en heradem. Er zweven woorden in de wind, ieder wezen heeft waardevolle berichten voor je ziel en iedere ritseling trakteert je hart op duizend nieuwe raadselen. Er is zoveel meer te voelen als jij de zware handdoeken van je aftrekt, zij zijn niet van jou. Je ziel is licht en zo is haar muziek.

Leven is een sensueel vuur

Het wordt tijd voor een nieuw verhaal, niet het verhaal dat zich als een parasiet in onze hoofden heeft vastgezet en alle kleur uit ons leven veegt. Het wordt tijd voor een verhaal dat mensen van vreugde zinderen laat, gewoon omdat het leven een avontuur is, een verhaal dat mensen lachen laat als ondeugende kinderen die kleurrijke stickers op vele ramen en deuren plakken, voor zo’n verhaal wordt het tijd.

En dit verhaal gaat zo: je bent een lucifer, want je bent afgedaald uit het oneindige licht dat als een vlam in al het bestaande trilt, daarom is er helemaal niets – geen bij en geen bloemsteel – dat je niet als een vriend begroeten kunt. Loop maar door de wereld en lach naar alle dingen want in alle dingen straalt je eigen onsterfelijke gelaat, in alle dingen weerkaatst zich hetzelfde zonlicht.

Zó gaat het verhaal dat je vrolijk maakt, en dat je hart vele sprongetjes laat maken om het leven zelf dat in je woont. Geloof de wijsheid niet van rekenmeesters, het leven is een rivier die zijn oevers even makkelijk verscheurt als een tijger haar prooi, geloof de profeten niet die je leven verfrommelen als een kleine zakdoek, geloof de gidsen niet die je alleen maar mistroostige weilanden laten zien.

Het leven is zoveel meer dan zakdoeken en verzopen weilanden, je bent een poort naar de allerhoogste dimensies van licht en liefde. En terwijl engelen iedere ademhaling van jou gadeslaan en terwijl sterren iedere hunkering in jouw hart beantwoorden met vurige fonkelingen – leven is een sensueel vuur dat je hart verbrandt – toont het nieuws ons niets dan een armzalige regenplas.

Schenk je hart weg aan nieuwe verhalen die extase in je hart brengen. De kosmos wil zich vullen met klanken die oud behang van de muren trillen, de hemel wacht om zich met een vrolijke zwaai open te kiepen en handen, die ineengevouwen op tafel liggen, willen stralende ruggen strelen. Leven is een sensueel vuur dat opwaarts naar de sterren danst.

De gouden sleutel in je hand

De wereld waarin we menen te wonen bestaat niet. Ze is een luchtspiegeling, een droom, een voorstelling in ons hoofd. Al de dingen die tegen ons gezegd zijn hebben een beeld gebouwd waarin we zijn gaan geloven: dat dit de wereld is, dat dit haar wetten zijn, dat dit het leven is zoals het geleid moet worden. Maar al deze dingen bestaan niet anders dan in ons denken. Ze bestaan juist doordat we ze denken. 

In plaats van deze dromen is er slechts dit: een oceaan van bewustzijn, een dromer die zich steeds nieuwe dingen droomt. In plaats te verkleven met de droombeelden, de bonte vormen die ons bewustzijn beroeren en verbazen in eindeloze afwisseling, kunnen we onze energie ook richten op het dromen zelf. Welke dromen zouden wij gedroomd willen zien? In welke droom zouden wij willen wonen?

Het is nodig dat wij onze soevereiniteit claimen. Als de droom mij niet bevalt, waarom zou ik niet uit deze droom ontwaken, waarom zou ik niet nieuwe, sprankelende beelden kiezen die mijn binnenste in beweging brengen en mijn ziel laten zingen in de tonen die haar eigen zijn? Wat leef ik nog langer in een wereld die niet de mijne is? Waarom trouw zijn aan de oude wereld als de nieuwe mij wuift en wenkt als een kinderhand?

Het leven dat door ons geleid wil worden staat niet in de krant, het wordt je niet geleerd op school en de leiders van je land kunnen je niet helpen deze schat te vinden. Maar het is nu meer dan ooit nodig dat we de kooien in ons binnenste open zetten, kijk er ligt een gouden sleutel in je hand. In je binnenste wonen vogels en ze willen uitzwermen en grote kleurige strepen langs de hemel trekken. 

Het zijn niet de borden langs de weg die je de weg wijzen naar het beloofde land, het zijn niet de koppen in de krant, maar de vogels in jouw hart die jou het pad wijzen dat goudomrand de komst van je voeten wacht. Ga de weg waar zacht ruisen klinkt uit boomtoppen, waar onbekende verten je hart sneller laten kloppen. Stap uit de wereld die niet bestaat. Je dromen nemen jou voortaan bij de hand!

De nacht die verdwijnen wil

Toen ik vanmorgen – het was nog donker – mijn fiets parkeerde op het station en voor- en achterlicht uit klikte was er een kort ogenblik dat ik alle geparkeerde fietsen zag, als een zwijgende menigte in de nog onverlichte dag, en wat me plotseling trof, niet als iets storends of eigenaardigs, eerder als een bron van troost, was het grote aantal lampjes dat was blijven branden. Zonder zin of reden.

Het was dit licht dat nutteloos en zonder bedoeling gaatjes in de koude ochtend prikte dat me plotseling van fundamentele betekenis scheen, alsof deze lichtjes in plaats van vergeten lampjes een dragende kracht in zich hielden, en alsof ze een belofte in zich droegen, een belofte van leven: hoe donker de nacht ook wordt en hoe lang ze ook duurt, er zijn altijd lichtjes die blijven branden. 

Er zijn altijd vuurtjes die ergens knisperen op verlaten velden, er zijn altijd bomen die na de kap zijn achtergebleven, er zijn altijd mensen die blijven wachten ook als alle hoop is vervlogen maar die gewoon niet willen accepteren dat de nacht het laatste woord heeft – ze blijven als koppige soldaten op wacht staan bij de poorten van de stad die al smeulend achter ze ligt, toch blijven ze op wacht staan. 

Er zijn altijd bloemknoppen die niet sterven in de koudste winternacht, er zijn altijd harten die niet breken, er zijn altijd dromen die zich vernieuwen ook al zijn ze gedoofd en duizendmaal geloochenstraft, er zijn altijd mensen die wachten – ze staan vele uren en er is geen enkel zichtbaar teken van verbetering, maar een kracht die groter is dan zij houdt hen daar, zodat zij zelf tot hoopvolle tekens zijn.

In ons hart zijn vele lampen zonder licht, vele wielen staan roerloos wachtend op de dag, maar ik zag daar ergens in je verre ooghoek iets flitsen, toen je dat ene zei verscheen er een kleine glimlach in je mondhoeken, ik heb gezien dat er in jou lampen zijn die niet zijn uit geklikt, ze branden als kleine hoopvolle toortsen, tekens dat de nacht krimpt en verdwijnen wil.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag