"Waar een ruïne is, is hoop op een schat"

In wezen is alle huidige paniek terug te voeren op onze angst voor de dood. We worden door het pijnlijke nieuws keihard herinnerd aan onze sterfelijke menselijke natuur. We leven ons leven, maar kunnen op tal van manieren plotseling uit het tijdelijke worden weggerukt. Één van deze manieren heeft een nogal dreigend smoelwerk gekregen en waart in onze straten rond, als een dinosaurus met een lange staart. Het is daarom nodig ons te leren verhouden tot het idee van onze eigen dood. ‘Dood, waar is uw angel?’ schrijft de apostel Paulus aan de Korintiërs. Kunnen wij net als Paulus de angel uit onze doodsangst halen? Hoe zouden wij dit kunnen? Door een dieper besef toe te laten van ons eigen zijn.

We kunnen de doodsangel verwijderen door diep in ons binnenste af te dalen en te beseffen (diep te voelen) dat in ons de eeuwigheid woont. Wij zijn wezens met een eindige vorm, maar met een tijdloze essentie. Het diepste wezen van de mens is ongeboren en onsterfelijk. Om met de spirituele leraar Willigis Jäger te spreken: ‘Waarom zou ik bang zijn dat mijn schip ten onder gaat, wanneer God toch ook de zee is waarin het verzinkt?’. Of, om andere woorden van hem te gebruiken: ‘We houden ons voor het strand dat naar de zee snakt, maar we zijn de zee die met het strand speelt’. Ofwel: we moeten ons hele perspectief ondersteboven keren over wie wij zijn. We zijn niet de tijdelijke mens die naar wc-papier hamstert. We zijn een manifestatie van de goddelijke oergrond.

Wanneer we vanuit dit andere perspectief naar onszelf kijken, wordt ook duidelijk dat we met onze medemensen verbonden zijn, ook met hen die nu lijden en getroffen zijn. God zelf (HET) bestaat in de vele duizenden mensen met coronavirus. En hij (HET) bestaat niet alleen, maar hij (HET) ligt aan de beademing, hij (HET) lijdt en sterft in de ziekenhuizen over de hele wereld. Dood, leed en pijn, ze zijn niet los te maken van deze wereld. We kunnen niet wegkijken. Er worden sporen getrokken in harten van mensen, diepe sporen die niet snel genezen. Maar geopende harten zijn als glinsterende edelstenen. Zoals de islam-mysticus Rumi dichtte: ‘Waar een ruïne is, is hoop op een schat’.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag