Memo voor je ziel

Adem je waarheid de wereld in. Spreek je woorden zacht en duidelijk, laat geen misverstand bestaan over de kleuren van je hart en de dromen die de basis van je handelen vormen. Geef ruim baan aan de verlangens die je elke morgen overeind doen komen. Beweeg soepel mee op het ritme van je bloed en pas daarop de tred van je voeten aan. 

Pas op voor systemen. Pas op voor alles waar geen ziel in woont. Heul met bomen en dieren. Loop weg voor loze woorden, verbind je oor met het sprakeloze spreken dat heel de kosmos als een doek vol sterren samenweeft. Er wonen sterren in jouw hart. Vind het zwevende lied dat jou voortdrijft in magische wouden. Er liggen levende tekens op jouw pad. 

Wees licht als een morgenlichtstraal. Wees mild en fris. In je hart wonen geuren die door duizelingwekkende tuinen willen waaien. Waai open als gordijnen opgetild door lentewind. Leer weer voelen als een kind, vind verwondering en vreugde om ieder ding dat zich vol overgave aan je tonen wil. Verwelkom streling en rauw plezier.

Reis tussen werelden, maar maak woning in je eigen hart. Leef als een bij die honing uit wiegende bloemkelken puurt. Schrijf je dromen op iedere muur, op iedere beslagen spiegel. Tuur niet naar de regen voor een regenboog, maar wek zonnen in iedere regenplas. Vang het levende licht uit iedere dauwdruppel, uit iedere aarzelend gesproken lettergreep.

Word de lichtbrenger in de nacht van de wereld. Word de zachte symfonie in het orkest van pauken. Herinner de wolven aan de zwijgende liedjes die in de avond hun hongerige magen tot stilstand brengen. Één tingel is genoeg van de triangel, als die zuiverder is dan de zuiverste sneeuw. Één zuiver woord, één lichtstraal, kan deze wereld voorgoed veranderen. 

Het hart is goud geplaveid

Er zijn veel grijze wegen, maar één gouden. Er zijn veel woorden die kunnen klinken maar jij bent hier gekomen om het gouden woord te spreken, het woord dat diep oprijst uit jouw binnenste. Er zijn veel paden waarop je voeten kunnen wandelen, maar het gouden pad is de jouwe. Het is een pad van waarheid en radicale overgave aan het leven, het is een pad van volledige trouw aan je hart.

Er zijn talloos veel gebaren, maar er is één gebaar dat daadwerkelijk leven brengt, er is één glimlach waardoor harten open vouwen. Je bent hier niet gekomen om de wereld te dienen, je bent hier gekomen om gouden druppels in de oceaan te mengen, je bent hier gekomen met gouden sterren in jouw handen. Als ik aan het water ben zie ik vele gouden boten op de horizon afgaan.

Er zijn talloos veel blijdschappen, maar er is één blijdschap die als glinsterende manen door je ogen straalt. Er is één woord dat de stilte draagt van bloemknoppen en maanverlichte nachten en dat ieder spreken overbodig maakt. Er zijn veel dagen waarop handen aan het werk willen gaan, maar één dag volstaat om het ware leven aan te vangen, één uur om in de eeuwige gouden stroom te staan.

Ga liggen in de nacht. Laat het ruisen van de zee je oren strelen. Je bent hier naartoe gekomen niet om mee te lopen of om andermans dromen te verwezenlijken, maar om de horizon te verlichten met jouw glans. Er zijn veel grijze wegen, maar er is één gouden pad dat op jou rekent. Er is één gouden pad dwars door de golven heen, maar het is de enige ware weg naar het leven. 

Laat je lippen maar zacht tuiten. Laat je ogen lonken naar verre kuststreken. Zet je ene voet maar voor de andere, want op deze weg zul je je beste krachten geven. Er is geen angst meer die je benen verlamt, er is twijfel meer of deze weg de jouwe is. Er is nu alleen nog maar de overgave. Er is nu alleen nog maar het gouden pad en het gouden zonlicht dat jouw wangen beschijnt.

Er is zoveel meer te voelen

Er is zoveel meer te voelen, zoveel meer van lippen te lezen. Er drijven tekens op de wind, in iedere handpalm wachten duizend helende woorden. Men moet dieper durven voelen, dieper reiken dan het zand. Er zijn tuinen vol lachende bloemen, er zijn dromen die als ondeugende kabouters willen dansen. Het leven wil veel ondeugender worden geleefd, kom doe je jas uit en dans met me.

Er is zoveel meer te voelen, nu de dieren kopjes komen geven. Ze hebben lang genoeg geluierd in hun holen vol zand, hun staarten willen langs glimmende stammen glijden. Kom kinderen, er zijn glinstergroene mossen waarop jullie mogen zitten, waar zijn de kastanjes, jullie mogen eten zonder servetten. Maar toe, leg jullie zachte hand nu eerst op deze vachten, ze glinsteren in het licht van vele sterren. 

Er is zoveel meer te voelen, deze aarde is een golvend lichaam, er zijn heuvels die stijgen en dalen als pianoklanken, er zijn bomen die als wijze oude koningen hun kruinen laten zakken en hun bebladerde mantels hangen beladen met sieraden naar de grond die baadt in zonlicht dat soepel door de takken danst. Stralen licht verlaten de lucht en de aarde – de wijze oude aarde – giechelt als een kind.

Er is zoveel meer te voelen, laat je handen rusten in tere bloembedden. Hoor het ritmisch neuriën van tintelend water. De wereld wordt het zorgeloos spel van een kind, ijs en ballonnen wachten achter iedere boomstam. We gaan uit op een wandeling maar niemand weet waarheen. Er is een wijsheid in het diepe hart van de wereld, in de lades van ons lichaam liggen oude verkreukelde kaarten.

Er is zoveel meer te voelen, ga zitten waar het water het meest helder stroomt, ga zitten en heradem. Er zweven woorden in de wind, ieder wezen heeft waardevolle berichten voor je ziel en iedere ritseling trakteert je hart op duizend nieuwe raadselen. Er is zoveel meer te voelen als jij de zware handdoeken van je aftrekt, zij zijn niet van jou. Je ziel is licht en zo is haar muziek.

Leven is een sensueel vuur

Het wordt tijd voor een nieuw verhaal, niet het verhaal dat zich als een parasiet in onze hoofden heeft vastgezet en alle kleur uit ons leven veegt. Het wordt tijd voor een verhaal dat mensen van vreugde zinderen laat, gewoon omdat het leven een avontuur is, een verhaal dat mensen lachen laat als ondeugende kinderen die kleurrijke stickers op vele ramen en deuren plakken, voor zo’n verhaal wordt het tijd.

En dit verhaal gaat zo: je bent een lucifer, want je bent afgedaald uit het oneindige licht dat als een vlam in al het bestaande trilt, daarom is er helemaal niets – geen bij en geen bloemsteel – dat je niet als een vriend begroeten kunt. Loop maar door de wereld en lach naar alle dingen want in alle dingen straalt je eigen onsterfelijke gelaat, in alle dingen weerkaatst zich hetzelfde zonlicht.

Zó gaat het verhaal dat je vrolijk maakt, en dat je hart vele sprongetjes laat maken om het leven zelf dat in je woont. Geloof de wijsheid niet van rekenmeesters, het leven is een rivier die zijn oevers even makkelijk verscheurt als een tijger haar prooi, geloof de profeten niet die je leven verfrommelen als een kleine zakdoek, geloof de gidsen niet die je alleen maar mistroostige weilanden laten zien.

Het leven is zoveel meer dan zakdoeken en verzopen weilanden, je bent een poort naar de allerhoogste dimensies van licht en liefde. En terwijl engelen iedere ademhaling van jou gadeslaan en terwijl sterren iedere hunkering in jouw hart beantwoorden met vurige fonkelingen – leven is een sensueel vuur dat je hart verbrandt – toont het nieuws ons niets dan een armzalige regenplas.

Schenk je hart weg aan nieuwe verhalen die extase in je hart brengen. De kosmos wil zich vullen met klanken die oud behang van de muren trillen, de hemel wacht om zich met een vrolijke zwaai open te kiepen en handen, die ineengevouwen op tafel liggen, willen stralende ruggen strelen. Leven is een sensueel vuur dat opwaarts naar de sterren danst.

De gouden sleutel in je hand

De wereld waarin we menen te wonen bestaat niet. Ze is een luchtspiegeling, een droom, een voorstelling in ons hoofd. Al de dingen die tegen ons gezegd zijn hebben een beeld gebouwd waarin we zijn gaan geloven: dat dit de wereld is, dat dit haar wetten zijn, dat dit het leven is zoals het geleid moet worden. Maar al deze dingen bestaan niet anders dan in ons denken. Ze bestaan juist doordat we ze denken. 

In plaats van deze dromen is er slechts dit: een oceaan van bewustzijn, een dromer die zich steeds nieuwe dingen droomt. In plaats te verkleven met de droombeelden, de bonte vormen die ons bewustzijn beroeren en verbazen in eindeloze afwisseling, kunnen we onze energie ook richten op het dromen zelf. Welke dromen zouden wij gedroomd willen zien? In welke droom zouden wij willen wonen?

Het is nodig dat wij onze soevereiniteit claimen. Als de droom mij niet bevalt, waarom zou ik niet uit deze droom ontwaken, waarom zou ik niet nieuwe, sprankelende beelden kiezen die mijn binnenste in beweging brengen en mijn ziel laten zingen in de tonen die haar eigen zijn? Wat leef ik nog langer in een wereld die niet de mijne is? Waarom trouw zijn aan de oude wereld als de nieuwe mij wuift en wenkt als een kinderhand?

Het leven dat door ons geleid wil worden staat niet in de krant, het wordt je niet geleerd op school en de leiders van je land kunnen je niet helpen deze schat te vinden. Maar het is nu meer dan ooit nodig dat we de kooien in ons binnenste open zetten, kijk er ligt een gouden sleutel in je hand. In je binnenste wonen vogels en ze willen uitzwermen en grote kleurige strepen langs de hemel trekken. 

Het zijn niet de borden langs de weg die je de weg wijzen naar het beloofde land, het zijn niet de koppen in de krant, maar de vogels in jouw hart die jou het pad wijzen dat goudomrand de komst van je voeten wacht. Ga de weg waar zacht ruisen klinkt uit boomtoppen, waar onbekende verten je hart sneller laten kloppen. Stap uit de wereld die niet bestaat. Je dromen nemen jou voortaan bij de hand!

De nacht die verdwijnen wil

Toen ik vanmorgen – het was nog donker – mijn fiets parkeerde op het station en voor- en achterlicht uit klikte was er een kort ogenblik dat ik alle geparkeerde fietsen zag, als een zwijgende menigte in de nog onverlichte dag, en wat me plotseling trof, niet als iets storends of eigenaardigs, eerder als een bron van troost, was het grote aantal lampjes dat was blijven branden. Zonder zin of reden.

Het was dit licht dat nutteloos en zonder bedoeling gaatjes in de koude ochtend prikte dat me plotseling van fundamentele betekenis scheen, alsof deze lichtjes in plaats van vergeten lampjes een dragende kracht in zich hielden, en alsof ze een belofte in zich droegen, een belofte van leven: hoe donker de nacht ook wordt en hoe lang ze ook duurt, er zijn altijd lichtjes die blijven branden. 

Er zijn altijd vuurtjes die ergens knisperen op verlaten velden, er zijn altijd bomen die na de kap zijn achtergebleven, er zijn altijd mensen die blijven wachten ook als alle hoop is vervlogen maar die gewoon niet willen accepteren dat de nacht het laatste woord heeft – ze blijven als koppige soldaten op wacht staan bij de poorten van de stad die al smeulend achter ze ligt, toch blijven ze op wacht staan. 

Er zijn altijd bloemknoppen die niet sterven in de koudste winternacht, er zijn altijd harten die niet breken, er zijn altijd dromen die zich vernieuwen ook al zijn ze gedoofd en duizendmaal geloochenstraft, er zijn altijd mensen die wachten – ze staan vele uren en er is geen enkel zichtbaar teken van verbetering, maar een kracht die groter is dan zij houdt hen daar, zodat zij zelf tot hoopvolle tekens zijn.

In ons hart zijn vele lampen zonder licht, vele wielen staan roerloos wachtend op de dag, maar ik zag daar ergens in je verre ooghoek iets flitsen, toen je dat ene zei verscheen er een kleine glimlach in je mondhoeken, ik heb gezien dat er in jou lampen zijn die niet zijn uit geklikt, ze branden als kleine hoopvolle toortsen, tekens dat de nacht krimpt en verdwijnen wil.

Prima als je me afwijst

Als je me afwijst prima, ik zal je verwelkomen, ik zal je verwelkomen met grote liefdevolle handen. Als je dammen opwerpt prima, ik zal grote waterstromen over de bergen jagen en ik zal het water als nooit te voren laten juichen. Als je me buitensluit prima, want ik weet nu beter wat ik nooit zal toelaten dat er met jou gebeuren zal. Ik zal voor je opstaan en ik zal je hand nemen en ik zal om je vingers een mooi servet vouwen.

Als je me namen wilt toevoegen die niet de mijne zijn prima, mijn naam staat geschreven in het goud der sterren en als je donkere woorden op de ramen van mijn huis wilt schrijven prima, mijn huis is toch niet hier, dit is maar een hut op een komkommerveld. Als je me wilt muilkorven zoals honden en wolven prima, ik spreek een taal die uitstekend zonder woorden kan, ik zal mijn stilte voor alle ruiten leggen.

Ik vind het prima als je me voor het raam laat staan met zwervers en misdeelden en met honden die aan lantaarnpalen zijn vastgemaakt. Mijn plaats is inderdaad onder de sterrenhemel, mijn huis is inderdaad de gehele aarde. Ik vind het prima als je mij de weg blokkeert om de keuzes die ik maak, want je dwingt mij mijn fonkelende edelstenen aan het firmament te plaatsen.

Als je me liever niet als mens ziet maar mij in hokjes plaatst, koude hokjes zonder uitzicht, wees gezegend mijn vriend – ik zal mijn menselijkheid als nooit tevoren laten stralen in iedere handdruk, in ieder woord dat mijn lippen verlaat. Je kunt me opsluiten, natuurlijk, maar de vogels in mijn binnenste zul je nooit kunnen kooien, ze zullen met het gouden zonlicht op hun vleugels achter de horizon aanjagen.

Als je mij afwijst om wie ik ben  – kom geef me je hand, want er groeit een boom in mij met jaarringen uit vroeger eeuwen, ik heb handen die deze aarde gevormd hebben. Heus ik vind het prima dat je me afwijst. Deze aarde zal zich vernieuwen, haar oude wetten zullen de jouwe vervangen en er zal niets anders blijven dan het ruisen van de sterren die zachtjes wuiven en knipogen voor je raam.

Zou je me willen vasthouden

Zou je me willen vasthouden als het donker me naar de keel vliegt en de duivels van de angst voor de ramen dansen, zou je me willen vasthouden als deze wereld voelt als een onveilige plek, als er ramen zijn waar het licht schijnt maar alle deuren voor mij gesloten blijven, zou je me willen vasthouden als ik geen groen vinkje heb, ik heb alleen maar de kleuren van mijn eigen hart, zou je me willen vasthouden want ik sta hier buiten te wachten in de kou.

Zou je me willen vasthouden als de maatschappij zegt: jij bent een gevaar, je kunt hier niet komen, waarom denk jij eigenlijk recht te hebben op een plek, jij houdt je immers niet aan onze geboden, onze maatregelen, onze tirannieke wetten, wie denk je eigenlijk wel dat je bent, we vinden je asociaal, we vinden je een wappie, we vinden jouw ideeën echt heel raar, je bent zeker een complotdenker, je bent een extremist, een relschopper, ja hè?

Zou je me willen vasthouden als ik word beticht van alles waar ik mezelf niet in herken, als ik word gehoond vanwege ongehoorzaamheid aan regels waar ik niet in geloof, systemen die ingaan tegen alles waar ik voor sta, als ik boetes opgelegd krijg voor simpele uitingen van menselijkheid, zou je me willen vasthouden, als ik gewoon heel even heel dichtbij een andere mens zou willen komen, zou je mij misschien heel even willen vasthouden?

Zou je me willen vasthouden als ik geïsoleerd raak door het volgen van mijn persoonlijke weg, als ik door mijn morele waarden trouw te zijn langs de kant van de weg sta, zou je me willen vasthouden want nee: ik ben niet ongehoorzaam, er is een innerlijke stem die mijn wet en leidraad is, nee ik kan je hem niet laten horen, het is een zachte fluistering, maar ik weet zeker dat ook in jouw hart zo’n fluistering te horen is, als je heel even stil bent.

Zou je me willen vasthouden, ik zie de wereld gevaarlijk opschuiven naar een verlies aan menselijkheid, ik zie blauwe petten en er is een koude wind die scherp in mijn keel snijdt, zou je me willen vasthouden als de vrienden in de tuin slapen en ieder ander mij verlaten heeft, zou je me willen vasthouden, de nacht is zo donker, zouden jouw ogen en jouw handen misschien twee paar lichtjes kunnen zijn tot de nieuwe dag komt?

De ware weg naar bevrijding

Het is in deze tijd van enorm belang dat we ons geen houding van slachtoffers aanmeten. De gebeurtenissen in de wereld kunnen ons tegenstaan en ze kunnen ons op fysiek-emotioneel niveau een gevoel van onveiligheid bezorgen, maar het gevaar dat er voortdurend dreigt is dat we onszelf veel kleiner maken dan we eigenlijk zijn. Daarbij zou het kunnen dat die passieve houding precies dat is waar men ons wil hebben.

Een mensheid die zich overgeeft aan dwingende systemen in de wereld buiten haar, systemen die macht uitoefenen en een bepaalde gehoorzaamheid afdwingen. Systemen die het ook niet schuwen een felle retoriek te gebruiken die steeds neerkomt op: wie zich aan ons onttrekken wil verdient geen plaats in de samenleving, hij/zij mag blij zijn dat we hem überhaupt nog tolereren.

Dit brengt ons gemakkelijk in een mentale toestand die ergens het midden houdt tussen vreesachtigheid en onderdanigheid: men leeft vanuit de bange hoop dat men hem toch genadig mag zijn. Als we dit bewustzijn bij onszelf herkennen dan hebben we onze kracht weggeschonken. We hebben haar weggeschonken aan systemen die zich aan ons welzijn überhaupt niets gelegen laten liggen.

Een hoeveel grotere geest is ons geschonken, toen wij onze weg in het lichaam begonnen! Een hoeveel ruimer bewustzijn wacht in ons om geheel te ontwaken. Het is geheel tegen de menselijke natuur in om onder welke tirannie dan ook gebukt te gaan. Onze natuur is vrijheid. We zijn volkomen vrije, souvereine wezens. Het is geheel aan ons om onze eigen unieke weg door dit leven te onderscheiden.

Wanneer we dus de gehele tijd opkijken wat anderen voor ons besluiten en wat anderen voor mening toegedaan zijn over onze keuzes, gedragen we ons als een hond die iedere keer dat hij een bot heeft opgeraapt naar zijn baasje kijkt. Heb ik het zo goed gedaan? Maar het enige antwoord op die vraag wordt gegeven in het diepste binnenste van ons eigen hart. Daar ligt de enige ware weg naar bevrijding.

Door de magische poort

Stap maar door de poort. Het pad dat je volgt gaat aan de andere kant gewoon verder en ook dezelfde bomen en dezelfde bloemen groeien er. Stap maar door de poort, er is een zee van blaadjes waardoor je voeten mogen waden, stap maar door de poort, het licht dat door de bomen valt maakt wenkende gebaren. Heel de weg die je aflegde heeft jou naar hier gebracht, er is niets meer nodig dan een paar voetstappen.

Nu sta je daar op het pad en je voeten weten dat deze paar stappen meer betekenen dan al die andere. Nu sta je oog in oog met de deur waardoor het leven jou toelacht, maar de zware schoenen die je droeg willen niet mee naar binnen, laat ze achter in het bos waar de konijnen aan je oude veters lustig knabbelen. Laat je oude gedachten achter, hang ze als gescheurde vlaggen in de bomen.

Haal rustig adem. Er is hier niemand die je gadeslaat en tegelijk is het of duizend ogen naar je staren. Er is nog zoveel dat je hier moet achterlaten. Je jas, heb je die daadwerkelijk nodig daar en wat zitten er nog voor oude spullen in je zakken? Leg het allemaal naast je neer op de grond waar insecten met minieme gebaren wandelen, wie heeft je wijs gemaakt dat jij meer nodig hebt dan dat? 

Stap naar voren tot waar de poort rondom jouw schouders valt. Sta stil en voel hoe van binnenuit een nieuwe wereld open bloeit. Je handen, net nog stram, bewegen zoals duiven op pleinen met zonlicht spelen dat pril langs stoepranden trilt. Je tenen komen als jonge dieren tot leven want mos kriebelt met minuscule vingers en je ogen staren nieuwsgierig als een kind.

En je hoeft niet eens echt te bewegen want het pad heeft jou al opgetild, je voeten zweven nu door wouden waar het licht een diepte heeft die soms in oceanen blinkt als twee schuimende golven elkaar raken. En zo zwaar als je benen vroeger over zanderige wegen sleepten, zo dartel ga je nu zoals feeën dansen in een duizelingwekkende schoonheid zonder vrees.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag