Door de magische poort

Stap maar door de poort. Het pad dat je volgt gaat aan de andere kant gewoon verder en ook dezelfde bomen en dezelfde bloemen groeien er. Stap maar door de poort, er is een zee van blaadjes waardoor je voeten mogen waden, stap maar door de poort, het licht dat door de bomen valt maakt wenkende gebaren. Heel de weg die je aflegde heeft jou naar hier gebracht, er is niets meer nodig dan een paar voetstappen.

Nu sta je daar op het pad en je voeten weten dat deze paar stappen meer betekenen dan al die andere. Nu sta je oog in oog met de deur waardoor het leven jou toelacht, maar de zware schoenen die je droeg willen niet mee naar binnen, laat ze achter in het bos waar de konijnen aan je oude veters lustig knabbelen. Laat je oude gedachten achter, hang ze als gescheurde vlaggen in de bomen.

Haal rustig adem. Er is hier niemand die je gadeslaat en tegelijk is het of duizend ogen naar je staren. Er is nog zoveel dat je hier moet achterlaten. Je jas, heb je die daadwerkelijk nodig daar en wat zitten er nog voor oude spullen in je zakken? Leg het allemaal naast je neer op de grond waar insecten met minieme gebaren wandelen, wie heeft je wijs gemaakt dat jij meer nodig hebt dan dat? 

Stap naar voren tot waar de poort rondom jouw schouders valt. Sta stil en voel hoe van binnenuit een nieuwe wereld open bloeit. Je handen, net nog stram, bewegen zoals duiven op pleinen met zonlicht spelen dat pril langs stoepranden trilt. Je tenen komen als jonge dieren tot leven want mos kriebelt met minuscule vingers en je ogen staren nieuwsgierig als een kind.

En je hoeft niet eens echt te bewegen want het pad heeft jou al opgetild, je voeten zweven nu door wouden waar het licht een diepte heeft die soms in oceanen blinkt als twee schuimende golven elkaar raken. En zo zwaar als je benen vroeger over zanderige wegen sleepten, zo dartel ga je nu zoals feeën dansen in een duizelingwekkende schoonheid zonder vrees.

Zienderogen

Zienderogen gaat de wereld open. Het gras dat bruin en borstelig naar de hemel staart krijgt een heldere frisheid die je kent van morgens op het strand. Mos dat korstig en vermoeid aan stammen kleeft gaat glanzen als een zomerjurk. Dieren, verdoofd geweest door sluimerslaap, zenden diamanten blikken de wereld in en alles wat dik en stroperig was wordt dun en zacht als lentegras. 

Zienderogen vinden rivieren hun stroming, zeeën hun vloed en bergen hun valleien. Zienderogen word ik week als was, ik glimlach om iedere bloemknop, om iedere hand die talmt bij vensterglas. Zienderogen ligt deze wereld als een groot kind in mijn armen, ze draait langzaam om haar as zoals ze al eeuwen doet, maar zoals ze nu draait zal het zachter zijn. 

Zienderogen zal het donkere waaien dat vele takken doet breken omslaan in een teder aaien. Zienderogen zullen we weten wat de liefde doet, we zullen in ieder glanzen haar weerschijn zien en in iedere handpalm haar afdruk. Zienderogen zal de aarde genezen, zullen sterren voor onze ramen schitteren en het zal zijn of onze ouders ons wenkten voor het eten.

Zienderogen ontvouwt zich uit nevelslierten een pad dat door schuimkoppen over golven voert, zoals een zon die als gesmolten was voor je voeten ligt een pad toont dat glanzend nodigt tot nieuw leven. Zienderogen weet je wat menszijn is en weet je dat menszijn het menszijn te overstijgen zoekt, want zienderogen draag je de kosmos als jouw jas.

Zienderogen zet jij die stap waar geen grond is, want de wegen die naar het licht leiden hebben geen vaste bodem. Zienderogen wordt deze aarde bewoonbaar, halen jouw longen verse teugen adem. Zienderogen vinden ogen het licht, de ziener zijn stem, de mensen elkaar. Zienderogen breekt de nieuwe aarde door als zonnig lachen op een babygezicht. 

[Deze tekst is het laatste deel in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

In zachtheid wacht ontwaken

Het begint met een zachte stem die een vraag stelt. Het begint met een hand die beweegt, een traan die zich niet langer inhoudt. Het begint met een kier, een streepje licht. Het begint met een voet die even aarzelt. Het begint met een stilte. Het begint met twee mensen die opnieuw vreemden voor elkaar zijn zodat ontmoeten – echt ontmoeten – weer mogelijk is.

Het begint met twee vogels hoog in de lucht, twee vleugels die elkaar schampen. Het begint met het hekje tussen twee weilanden, twee neuzen die elkaar aanstoten in de ochtendmist. Het begint waar het eindigt, met oude handen die het prille gras tussen duim en wijsvinger houden, een heel dun stroompje parelt onzichtbaar langs reeds lang verdorde vingers.

Het begint met de boer die de ploeg een ogenblik loslaat en zijn vermoeide ogen opslaat naar het avondlicht. Het begint met twee wandelaars die zomaar bij een vreemde boom wacht houden, er is iets bijzonders mee, dat hen herinnert aan een vroeger geluk. Het begint met grootmoeder die haar grootletterboek laat zakken en de traan in het oog van haar kleinkind ziet. 

Ze neemt hem op schoot en fluistert zachte liedjes in zijn oor en terwijl hij zich een vogel voelt in een groot luchtruim voelt zij de stramheid in haar handen niet en haar anders zo gezwollen enkels bewegen nu dansend zoals jonge paardenbloemen. Wie de kamer betreedt voelt dat hier iets veranderd is. Men kan niet zeggen wat of wie, maar het licht dat langs de gordijnen stroomt heeft een mildheid die het anders niet had.

De nieuwe aarde ontwaakt in zachte tonen, zachte tinten. Verwacht geen vlaggen en fanfares, geen helden en redders komen met vuren en zwaarden neergedaald. Er is ook niets waarop je wachten moet. Één woord maakt de wereld gezond. Eén gebaar verandert alles. In jouw schoot ligt de nieuwe aarde te slapen als een kind vol zoete dromen. Streel met je vingers zachtjes door haar haren. 

[Bovenstaande tekst is deel 90 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

De liefde die aanstoot geeft

In ons hart ligt alle wijsheid van de kosmos. Nee niet daar waar de emoties van het dagelijkse leven elkaar verdringen, niet daar waar vreugde en vrees elkaar afwisselen in een eindeloze wedloop, maar in ons diepe hart dat onder al deze onstuimigheden stroomt als een diep en donker water. Hier is nergens onrust, hier is een diep en donker weten van alle dingen. In ons hart welft een eeuwige wijsheid. 

We worden geboren met deze eeuwige wijsheid in ons, we dragen allemaal de vonken van het eeuwige vuur in ons binnenste. Maar in onze jonge jaren worden veel doeken op dit vuur geworpen. We worden geannexeerd door een wereld die ons valse beelden voorhoudt van wie wij zijn, die ons verlangens inprent die niet corresponderen met ons ingeboren weten. En zo raken wij de verbinding kwijt met onze innerlijke stem.

De grootste mensen die op deze aarde rondliepen volgden radicaal dit ingeboren weten met wie zij communiceerden als met een vriend of een vader. Zij konden zich eenvoudig niet neerleggen bij de eisen van een maatschappij die ieder contact met zichzelf verloren heeft, zij weigerden hun innerlijke god te offeren op het altaar van de machthebbers. Hierin schuilt de radicaliteit van het optreden van een Socrates of een Jezus. 

Er is niets zo radicaal als een leven dat geheel uit het hart geleefd wordt, er is niets zo radicaal als het permanent afwijzen van alles wat niet met de innerlijke stem harmonieert. Er is niets dat de samenleving en overheden zozeer tart als een mens die volledig vrij is en zijn eigen recht op geluk en zelfverwezenlijking opeist, in weerwil van spot, hoon en uitstoting uit de gemeenschap. 

Maar er is ook niets zo inspirerend en hoopgevend als zulk een mens, als iemand die zich geheel uit de ketenen van opgelegde normen heeft losgemaakt, iemand die zich geheel laat leiden door een hogere wijsheid, in weerwil van wetten, gewoontes en het oordeel van zeer goed aangepaste burgers. De eeuwige wijsheid die als een donker water in onze harten woont is onze gids naar de nieuwe aarde.

[Bovenstaande tekst is deel 89 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

Het is de liefde die alles heelt

De nieuwe aarde leert ons opnieuw wat liefde is. Wat we voor haar hielden blijkt gekopieerd uit films, schoolboeken of zelfs: een masker voor geweld. Liefde is het meest misbruikte woord. We doen dit voor jou, voor jouw bestwil. Vooruit, doe het voor ons. Het zijn beide subtiele vormen van geweld die de ander niet eerbiedigen. Het is intussen de liefde die huilt en weer eens niet wordt geëerd voor wie zij is.

Liefde dwingt nooit. Dat kan zij niet. Uit haar wezen stroomt een diep respect voor al wat is. Liefde veroordeelt niet, maar verwondert zich. Ze keert zich niet af, maar reikt steeds een verbindende hand. In deze wereld wordt de liefde steeds voor karretjes gespannen. Reclames voor deodorant en dure auto’s beloven liefde. We worden met niets zo gemanipuleerd als met de belofte van liefde. Maar deze liefde is leeg. Een schim.

Ware liefde tintelt. Ze belooft niets, maar stroomt wanneer onze ogen rustig dwalen. Ze meldt zich zonder te zijn besteld, zo is ze op haar best, als ze niets hoeft. Liefde is te vaak iets waarop wij azen, we willen haar zo en zo en van die en die. Maar de liefde komt altijd, zij is een stroom, maar ze kan niet worden gedwongen of beheerst. Zij is het vrije lachende leven. Zij is plezier en spel. 

Maar ware liefde is niet lichtzinnig. Zij is de staat waarin ons bestaan zin en samenhang krijgt. We gaan te vaak met liefde om zoals met eten: wie trek heeft besluit haar te halen of warmt iets op. Dat is geen liefde, het is ons ik dat bevrediging zoekt. Ware liefde deelt zich mede, zij is water dat langs stenen ruiselt, zij is het leven dat bloemknoppen doet besluiten zich te openen in licht dat alles heelt.

Liefde is de staat van de nieuwe wereld, het is waar wij allemaal naar toe bewegen en waarin ons hele wezen stralend opengaat. Het is in haar dat een mens werkelijk mens wordt en tegelijk zijn goddelijke oorsprong vindt. De liefde is geen spreuk, zij is geen feelgood movie, zij is het leven dat straalt in sterren en planeten en dat het bloed in onze aderen voorwaarts stuwt. 

[Bovenstaande tekst is deel 88 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

De speeltuin van mijn dromen

Als ik door de wereld wandel zie ik hoge flatgebouwen die het zonlicht belemmeren ik zie muren en hekken en petten die bekeuringen schrijven, maar als ik in mij kijk zie ik dansende vlinders ik zie gezichten van kinderen die in zichzelf wijde werelden vinden, als ik in mij kijk kan ik liefhebben zonder grenzen zoals een kind dat lachend op de glijbaan van zijn dromen stapt.

Als ik naar kranten kijk zie ik donkere woorden ik hoor stemmen die dwingen, grote molens die brede meningen malen als broden die zwaar op de maag liggen, maar als ik in mij luister is er slechts het geluid van lachend water dat in muisstil gerinkel van ijle bergtoppen in diepe donkere grotten wegstroomt. In deze koele ruimte verblijf ik tussen muren waarop geen strijdkreten staan.

Als ik buiten ga staan in de mensenstroom die zich verzamelt op pleinen zoals grote meeuwen zich op stranden neerzetten voor het ritueel dat hen tot meeuwen maakt, dan zie ik meeuwenmensen het donkere brood uit elkaars handen pikken, maar als ik in mij naar het donkere water wandel dan zie ik slechts zeeschildpadden die zij aan zij zoekend naar het eeuwige water dalen.

Intussen rusten mijn tenen op stranden waar edelstenen dansen in water dat zich in stralende ringen om handen vouwt. Het zijn deze handen die de aarde vernieuwen, het zijn handen waarvoor geen mistbank zo dicht is dat ze geen lichtflarden doorlaat. Er zijn handen nodig die mistbanken verjagen, er zijn open wenkende handen nodig, er zijn vingers nodig die liefhebben.

Er is een heel nieuwe wereld nodig die wordt geboren uit dromen, die wordt beleden met lippen, die in speels lachende ogen glanst. De nieuwe aarde is een speeltuin met glijbanen die naar de sterren gaan. In je binnenste woont de kosmos, in je binnenste liggen alle werelden, alle uitkomsten zijn mogelijk als jij je ermee verbindt. Laat het koude metaal los tussen je vingers en glijd vandaag nog de nieuwe wereld in. 

[Bovenstaande tekst is deel 87 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

De terugkeer van de godin

Ze treedt naar voren uit de nevel waar ze eeuwenlang gewacht heeft op haar tijd. Ze heeft een hart dat brult als duizend leeuwen en in haar vlamt een passie zoals onweersstormen in een najaarsnacht. Tussen haar tanden ligt het goud van zwaarden en haar ogen stralen als wit kristal, zoals voor zeelui maanlicht het anker wordt, waarheen bebaarde monden biddend reiken.

In haar ligt de wijsheid van het heelal als een kopergroene slang opgerold, de oude tronen rollen zuchtend in het stof. Ze treedt naar voren uit mistige wouden waar haar naam zacht wuifde zoals wind langs huizen trekt. Zo in het ijle scheerde zij zonder verblijfplaats, zonder een weg waarop ze zich neerzetten kon zoals een karavaan het zonlicht tegemoet rijdt. 

Maar nu staan haar voeten daar waar de aarde rimpelt, ze ziet hoe bergkammen ruisend in zee vallen en grote kranen als doelloze reuzen onder de last van eeuwen bezwijken. Het is eenvoudigweg haar tijd. De oude wereld zakt neer met een log kreunen, zoals een leeuw het schot voelt vlammen in zijn keel maar zich verliest in een laatste brullen en nog eenmaal op velen indruk maakt.

Ze ziet het aan. Ze treedt naar voren uit de schimmen waar de geschiedenis haar een plaats toebedacht, maar ze komt niet om met kleine namen in de regen te staan, ze komt zoals het zonlicht speren op de aarde richt. In haar binnenste zingt een koor van moeders het lied van de aarde en in haar schoot vinden alle dieren een verblijfplaats. Zij is het ongeschonden pure.

En uit de schimmen treedt zij deze wereld in, haar gestalte is rijzig. Zoals een leger over stoffige vlaktes trekt, zo ontegenzeggelijk majesteitelijk is haar tred, haar armbeweging glijdt langs de hemel en veegt het stof van sterrenbeelden. Ze staat wijduit tussen de korenbloemen en rondom haar grazen wilde paarden. Uit haar mond klimt een dartel kind met goudomrande kransen om zijn voeten.

[Bovenstaande tekst is deel 86 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

Nu ik jou zie, kleine bloem

Ik weet het, ik heb deze wereld lang genoeg bewoond. Ik heb dezelfde schaduwen in sloten gezien, ik heb gezien hoe het vlekkerige maanlicht aan een gesloten hemel staat, ik heb gezien hoe de vogels in de nacht boven eenzame weilanden hangen en hoe kinderen vragend in het smaragden donker staren, met alleen de kleine nachtlamp die hun wangen verlicht. 

Ik was ook zo’n kind en verdwaalde in het spel van schaduwen, in rimpelingen van het schichtige water vond ik niets dat mijn ziel verlichtte, ik wandelde door velden en zag wijze mensen onder bomen zitten wier takken de hemel droegen maar in de avond waaide het stuifmeel over velden waar purperen stelen in het maanlicht liggen. En toen zag ik voor het eerst jou, kleine bloem.

En nu ik de mensen met hetzelfde grijze maanlicht in hun ogen door straten zonder schoonheid zie wandelen, hun schoenen zwaarbeladen met lood en hun armen als donkere kolenscheppen zwaaiend, en nu ik in de nacht de donkere trein hoor rijden – ik weet wat achter haar donkere ramen wacht en het malen van haar donkere wielen doet de sterren één voor één los zitten.

En nu ik dat alles gezien heb weet ik dat ik jou aan de mensen moet brengen, kleine bloem, want ik heb jou gevonden en jouw schoonheid boort kleine gaatjes in de nacht. Nu ik het malen van de donkere wielen gehoord heb weet ik dat ik niet meer moet wachten, ik moet de kleine bloem voor alle ramen leggen want het zijn haar kleuren die genezing brengen en een zachte vrede op vele tafels schikken.

En nu ik dit alles weet loop ik door dezelfde straten, en ik zie hoe de kleine bloem vele huizen in helder licht zet en ik zie pleinen waar mensen dansen terwijl het maanlicht zacht walsend over hun wangen gaat en ik weet dat deze wereld vol schaduwen is maar ik draag de kleine bloem in mijn handpalm en ik zal haar aanbieden aan vele mensen en ik zal haar achter mijn oren dragen als een lauwerkrans.

[Bovenstaande tekst is deel 85 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

De vrijheid van de zotten

De nieuwe aarde is van de zotten, van de dromers die in grijze sloten kleurenprisma’s zien. De nieuwe aarde is van de hoopvollen, die in gitzwarte nachten smalle lichtstralen langs ramen zien vallen en de kamer in geheimzinnig licht zetten. Ze is van degenen die ongehoorzaam durven zijn omdat er iets diepers en oneindig veel waarachtigers is dat hun ziel beroert en tot daden dwingt. 

Het zijn zij die niet in systemen en hokjes passen, die het niet doen omdat het moet of altijd al zo was, maar omdat een diep en innerlijk weten fluisterzachte woorden spreekt die in geen alfabet geschreven staan en nooit van billboards schreeuwen langs de weg. Het zijn de woorden die kriebelen en ruisen zoals een zachte lentewind langs takken glijdt.

De nieuwe aarde is een zachte kracht die stenen muren niet met kogels sloopt maar slijt zoals regen bergen langzaam doet verdwijnen of zoals gletsjers onmerkbaar smelten in een zijdezachte zon. De nieuwe aarde komt zonder dat de meesten het merken, ze draagt geen bontgekleurde vlinders ze is zelf het zacht zwevende ijle, ze is hetgeen zich langzaam openbaart maar alle tonen wijzigt.

Het zijn de mensen met zoekende ogen die voorbij de laatste horizon durven kijken en wegen vermoeden waar geen wegen zijn, het zijn zij die in dorre woestijnen tuinen zien met bloemtakken die hoog naar de hemel reiken. Als er wolken zijn, weten ze dat daarachter ergens een zon moet zijn en als er tralies mensen van medemensen scheiden zien zij hoe tedere vingers langs spijlen vingertoppen vinden.

Het is de nieuwe aarde die je naam heel zachtjes neuriet als bij het open raam de ochtendgeur je neusgaten streelt, ze is daar waar gras heel schuchter en ondeugend tussen tegels groeit en waar een kind tegen de regels in de speeltuin betreedt niet door het hekje maar glijdend uit een boom die haar takken over de omheining spreidt als om te verbeelden hoe de nieuwe aarde jouw hart vrijmaken wil.

[Bovenstaande tekst is deel 84 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

Laat het dan door jou zijn

Houd je ogen gericht op het duister. Houd je ogen gericht op de nacht. Het is geen leuke aanblik, dat is het nooit geweest, maar het is nog maar heel even. Blijf kijken. Houd je ogen gericht op deze peilloos diepe plas. Het lijkt of ze oneindig is, alsof alles in haar tot niets wordt en verdwijnt. Maar kijk dieper, en laat je blik zacht vallen, zoals licht valt langs gordijnen, zoals de ochtend zich aan takken meldt in deinende lichtval.  

Blijf wachten. Het is bijna tijd dat zij die hiervoor kwamen opstaan. Deze tuin, die nu nog wacht in duizend trillende knoppen, staat op barsten. Deze wereld is zwanger van een revolutie. Er zijn harten – het worden er elke dag meer – die voelen dat iets in hen op knappen staat. Je kunt doen of het voorbijgaat. Maar het gaat niet voorbij. Het wil door jou naar buiten worden gebracht. Het wil door jou bestaan in de wereld krijgen.

Blijf waken, en laat je niet uitdagen tot welke strijd dan ook. Blijf ingespannen kijken met een hart dat wijd open staat. Laat het allemaal zijn, in deze ruimte zonder oordeel, in deze ruimte zonder onderscheid, in dit licht dat vredig golft over velden vol bloemknoppen, die zeer langzaam, en ieder op zijn eigen tijd, uitbotten. Deze wereld is een uitbottende voorjaarstuin, maar de strijd van de winter is in volle gang. 

Maar het duurt nog maar heel even. Er is geen houden aan als zoveel leven zich tegelijk naar buiten dringt, er is geen houden aan als duizenden vogels tegelijk hun kelen openen. De koude kan wel knijpen en dwingen, maar het leven danst in duizend vrolijke kleuren tegen alle klippen op. Er is een stroom die niet kan worden gestelpt, er is een wet die alle wetten in één klap van tafel veegt. Er is een licht dat al het duister de adem ontneemt. 

Blijf zitten aan de rand van de bevroren akker en denk aan wat dit veld aan overvloed in zich draagt. Zie een zee van wilde bloemen in uitbundige voorjaarskleuren, zie insecten die gonzend van bloemkelk naar bloemkelk gaan, zie kinderen die met gretige handen en lachende monden door deze velden dansen, zie het allemaal in je en laat je aandacht geen moment verslappen. Als de nieuwe aarde komen kan, laat het dan door jou zijn. 

[Bovenstaande tekst is deel 83 in de serie ‘Het visioen van de nieuwe aarde’]

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag