De kleine bloem van het geluk

Onze kater Harry heeft een speelgoedbloem. Hij komt hem met regelmaat trots laten zien. Het ritselgeluid maakt hem volledig alert. Houd ik de bloem in de lucht en ritsel ermee, dan maakt hij doldwaze sprongen. Ik geloof niet, dat er iets is, wat hem groter blijdschap ontlokt. De bloem is symbolisch voor zijn geluk. Als ik verdrietig ben, komt hij mij de bloem brengen. Wat zou hij anders moeten doen om zijn baasje troost te bieden?

Zoals Harry de bloem heeft, hebben wij natuurlijk ook onze bronnen van geluk. Wat doet ons volledig ‘aan’ springen? Wat activeert onze vermogens als niets anders? Wat is datgene waar onze ziel van gaat trillen? William Wordsworth dichtte als volgt: 

My heart leaps up when I behold 

   A rainbow the sky. 

So was it when my life began. 

So is it now I am a man. 

So be it when I shall grow old. 

   Or let me die.

Jazeker: in de natuur is diep geluk te vinden. Er is een geluk, in het aanschouwen van een kleurige bloem die ergens eenzaam tussen de stenen groeit, of juist deel uitmaakt van een weelderig decor dat je de adem beneemt. Er is een geluk, in het herkennen van het kleine leven dat kruipt op een blad of een boomstam, het leven dat je met je vinger wilt optillen om geen andere reden dan om je verwondering te schenken. 

Geluk en verdriet liggen dichtbij elkaar, zoals kleine kinderen weten. Het geluk is een vlinder, ze dwarrelt in de lucht voor je ogen, maar het volgende ogenblik is ze het raam uitgevlogen en voorgoed weg. De ochtend na het feest – dat zich heel even als een bonte parasol verhief – zoek je het geluk als een auto op een mistige parkeerplaats. Wat rest zijn zwijgende glazen, verbaasde slingers en kruimels op een vloer.  

En toch, het geluk is niet alleen maar vluchtig. We moeten de snaren van onze ziel leren kennen. We moeten weten welke strijkbewegingen welke klanken voortbrengen. De ziel is een viool, en we moeten zorgen dat we die ène zuivere toon voortbrengen die ons onderscheidt van al die andere tonen. We moeten zorgen dat we die ene zuivere toon vinden, en als we haar gevonden hebben, kan niets ons meer scheiden van ons geluk. 

Aldoor vragend zal ik aankomen,
daar waar het leven wegklinkt –
een klare zuivere toon in de stilte. 

(Dag Hammarskjöld, Merkstenen)