Het raadsel van de sfinx (3)

Dit is het derde deel van mijn drieluik over Oedipus. Oedipus is de mens die de crisis serieus neemt, alles wil doen om haar op te lossen, maar vergeet zichzelf daarin mee te nemen. Hij is altijd bezig de wereld om zich heen te ‘managen’ en in crisistijd krijgt die taak nog eens extra gewicht. Toch dwingt elke crisis tot waarachtig zelfonderzoek. Wat heb ik zelf gedaan dat mogelijk aan de crisis heeft bijgedragen? Wat zou ik daarom anders moeten doen? 

Het alarmerende van Oedipus is, dat het heel goed mogelijk blijkt geheel in strijd met de natuur te handelen, zonder dat we dat zelf doorhebben. Oedipus’ eerste overtreding is dat hij zijn vader doodt: hij zet – gedachteloos – een streep door zijn verwekker. Daarna pleegt hij – gedachteloos – ontucht met zijn moeder, de vrouw die voor hem heilig zou moeten zijn. De mens is dus heel goed in staat zijn eigen gedrag totaal verkeerd te beoordelen. Hoe weten we dat we niet net als Oedipus ziende blind zijn?

Het antwoord moet waarschijnlijk zijn: door goed op de tekens te letten. Een gezondheidscrisis is zo’n teken, iedere crisis is een teken en daagt uit tot kritisch zelfonderzoek en vragen stellen. Oedipus besluit dat zowel de ziener Teiresias als het orakel van Apollo het bij het verkeerde eind moeten hebben, een typisch gevalletje van wat de Grieken ‘hybris’ (hoogmoed) noemen, de mens die naast zijn schoenen loopt en zelfonderzoek, laat staan zelfkritiek, niet langer nodig acht. 

De coronacrisis is een teken aan de wand, ook de klimaatcrisis moet de moderne mens aan het denken zetten. Waarom doet de ‘natuur’ zo opstandig tegen ons? Of zoals Oedipus uitroept: ‘Dat hier een wrede, losgeslagen god aan het werk is en zich tegen mij gekeerd heeft, dat zal niemand ontkennen’. Het is echter de vraag wie zich tegen wie gekeerd heeft, en of de tijd niet rijp is om nieuwe keuzes te maken, keuzes die meer in lijn zijn met de mens èn zijn natuurlijke leefomgeving.

De coronacrisis is de hedendaagse sfinx. Haar alleen bestrijden gaat niet helpen. Zodra we haar in de afgrond hebben geworpen, springt een nieuwe sfinx in haar plaats, met vleugels die nog vreeswekkender zijn en een blik die vele harten doorboort. Beter doen we er aan de vragen die de sfinx stelt serieus te nemen, ook al brengen ze ons in verwarring. 

Innerlijke verwarring is nu onontkoombaar, oude zekerheden moeten wegvallen, verkeerde aannames moeten in de afgrond verdwijnen. Er is veel dat in de afgrond verdwijnen moet, levensstijlen die niet langer passen, overtuigingen die niet langer dienstbaar zijn, de vastgelopen manier waarop we ons eigen menszijn beschouwen. We zullen met nieuwe ogen moeten leren kijken, ogen die de waarheid omtrent onszelf eerbiedigen.

Iedere crisis biedt een massa kansen. In iedere sfinx op onze weg schuilt een engel die ons wil redden. Daarom eindig ik met de woorden van Rainer Maria Rilke:

Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: