Het raderwerk van de wereld

De wereld is een merkwaardige machine, een klok, die met veel horten en stoten en met veel geschraap van tandwielen langzaamaan tot stilstand lijkt te komen. Een zoevend geluid weerklinkt, zoals het afslaan van een wasmachine, of een waterkoker, die na flink stomen de gewenste temperatuur heeft bereikt. Nu moet alleen de thee nog trekken. Het hete vocht zal onze lippen kwellen.

De machinerie van de wereld is tot stilstand gekomen. Maar onze hoofden draaien door, als op hol geslagen wasmachines. De deur van de droger kleppert als een dronkaard. Maar met iedere dag dat dit langer duurt gaan ook die wielen langzamer draaien. Nog even en onze oren beginnen hun verdoving te verliezen. Als het geratel is verstomd kunnen we een heel nieuw palet aan klanken horen. Klanken die zachter trillen, maar dieper dragen. Klanken die ons wezen raken en onze ziel kietelen. Zoals de zwanen en de ganzen die terugkeren in de kanalen van Venetië. In het plotseling heldere water spartelen miljoenen vissen.

Het raderwerk van de wereld is stilgevallen. Moeten we resetten? Alles proberen om de wereld weer op volle kracht vooruit te krijgen? Wie heeft eigenlijk aan het tandwiel gezeten? We staren naar de wereld als naar een defect koffiezetapparaat, ongeduldig en behoeftig om snel weer onze hang naar cafeïne te bevredigen. Maar met ieder shot tanken we liters onrust, wij, de productieve bijen van onze wereldfabriek.

Maar vandaag is de wereldfabriek gesloten. We zijn naar huis gestuurd. Daar proberen we onze eigen fabriekjes op poten te zetten. Hele kleine schoorsteentjes, het aanrecht als lopende band, misschien wat lege verhuisdozen om de producten straks te versturen naar onze klanten. Maar tussen het inpakken van de nietmachines en plakbandrollen, alles wat nodig is voor vergaderzalen en kantoren, zien we dat onze ene hand doorpakt (cafeïne helpt), terwijl de andere aarzelt.

De andere hand aarzelt en begint de blaadjes van een bloem te strelen, begint zich te verliezen in de welvingen van een kattenstaart. Als die hand het raam opent, staren wij in het oude gezicht van een eik, een oude van dagen, die recht voor ons raam staat, maar die we goedbeschouwd nog nooit hebben gezien. De reus heeft verhalen uit een ver verleden, die ons terugvoeren naar onze jeugd, toen we fantasie nog niet zagen als feitenarmoede.

En langzaam zien we, eerst nog aarzelend, dan sneller, overal schuiframen en dakvensters opengaan. Dan vinden onze gezichten elkaar.

Op dat moment raakt een straal zonlicht de aarde.

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: