Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

De taal van de nieuwe tijd

En toen waren er mensen die zeiden Kom! – we gaan gekleurde vliegers op laten boven de huizen, we gaan spreken zoals kinderen bij glijbanen doen “zal ik je helpen, zal ik na jou gaan? wat is het fijn om met jou dit spel te doen”. Niemand weet waar het begon, misschien hadden zij uren gelopen in donkere wouden, maar zij moeten ergens geweten hebben dat het anders kan en dus zeiden zij Kom!

Kom! zeiden zij, we gaan een heel nieuwe wereld bouwen, eentje met de kleur van lentegroen – je voeten baden in pril lentegras en over je lippen wellen woorden als ontluikende rozen. Een nieuwe wereld willen wij bouwen, want wij geloven niet in de oude woorden, ze bladderen af en verdwijnen in het zand. We geloven in nieuwe woorden die bruisen als golven en niet langer moeizame dammen werpen.

Kom! juichten zij. Wij geloven in klanken die zingen en fluisteren, in een taal die stroomt zoals kleine bergbeekjes doen, hoor maar want binnen in je is een zacht ruisen. Leg je oor tegen de schelp van je hart en hoor het ritmische zingen van de wateren waaruit ieder fonkelding geboren wordt. Het universum is een zucht van verwondering om zichzelf, een hunkering naar verbinding en genot.

Kom want waar wij lopen ademt alles ruimer. Kijk naar de bomen, hun takken dragen tekens. Kijk naar de dieren, hun ogen zijn vol geheimen. Kijk naar de mensen, hun handen zoeken naar vingers die uitreiken en verbinden. De tijd van recht en vierkant is voorbij, het leven wil rond en eeuwig zijn. Kom mee – we gaan een wereld maken die zindert als een zomermorgen en fluistert als een zeewind.

Simon Slijkhuis 2022

Advertentie

Open je dorstige hart

Ga zitten in het gras. Er is een zacht bewegen dat jou bevrijden wil van elke last. Er is een ritmisch ruisen dat langs jouw tenen kriebelen wil en als een miniem insect spelen met je oorlel. Ga languit liggen en leg je vermoeide gedachten als blokken naast je neer. Laat alles wat je niet meer voedt terugvallen in de oude aarde. Let dan op want over de bergen komt een melodie als een lenig hert. Open je dorstige hart.

Open je hart en voel hoe oude vermoeide dromen als slakken afscheid nemen – ze zwaaien nog eenmaal met hun hoorntjes en zijn dan weg als nooit geziene schaduwen. Open je hart voor de nieuwe frisheid die tussen de bladeren hangt en jouw wangen nieuwe vreugde schenkt. Open jouw hart voor het avontuur van het leven  dat jou wenkt als de lokroep van een vogel.

Blijf liggen in het gras. Laat je tenen een verkenningstocht uitvoeren met de sprieten, laat je vingers een dans uitvoeren met de halmen die lustig en vrij de wind vangen met hun armen. Word één van hen. Laat je lichaam deinen op de vruchtbare aarde, laat je gedachten tinkelen zoals het zonlicht tinkelt in de sloten. Er is een gouden zon die in jouw buik wacht om geboren te worden.

Tuur naar de wolken. Zie hoe ze schuiven en hoe het spel van licht en schaduw steeds nieuwe vormen aanneemt, zie hoe kleine kleurrijke bootjes aan de horizon passeren, voel hoe de luchtdruk verandert. Zie hoe je lichaam zich steeds aanpast aan het weer, aan de aarde, voel hoe je oogleden langzaam licht worden en je voeten zich recht op deze aarde planten, je kruin zich richt naar de hemel.

Open je dorstige hart. Er zijn nieuwe dromen die zich in jouw binnenste komen nestelen. Er is een gouden zon die in jouw binnenste roept en ruist, er zijn woorden – brandende woorden – die op jouw lippen liggen te wachten en in jouw hart – dat te lang gesloten is geweest – snuiven paarden de geur op van een nieuwe dag. Er is een wereld die op jouw aanraking ligt te wachten. Begroet haar met een lach. 

Wees open wijde ruimte

Vergeet de woorden. Ze kunnen je ware natuur niet beschrijven. Vergeet de beelden. Het zijn slechts poppen in een theater. Vergeet de gedachten, die je wijs maken dat je zus of zo bent. Al die dingen ben je niet. Je bent het opene, weids ademende, ruime. Iedere grens is een leugen. Er is alleen een gezicht dat zich naar alle kanten wendt. Er zijn alleen ogen die de wereld tevoorschijn kijken in fonteinen van vormen.

We zijn geen kleine mensen met dwergachtige dromen. We zijn het weids ademende ruime, het droomachtige eeuwige, dat zich uitdrukken wil en in gulle gaven schenken. We zijn het royale leven dat zich in steeds nieuwe kleuren openbaren moet. We zijn vergeten dat onze natuur even oneindig is als de hemel die zich in duizend knalrode tinten vernieuwen wil. 

Vergeet de woorden. Ze breken stuk als op een schild. Vergeet de beelden. Het zijn de programma’s die worden ingeladen in jouw ziel. Vergeet de gedachten die elkaar verdringen als snode inbrekers. Word open wijde ruimte. Word de lachende lucht die achter en onder alle wolken zweeft. Word water dat in gouden bergstromen door zwarte wouden stroomt. Vergeet wat je zou moeten zijn en word wie je bent. 

Je bent de wolken niet die zwoegend en huilerig door de hemel gaan. Je bent de storm niet die je afmat met steeds nieuwe windflarden. Je bent de stromingen van de getijden niet. Je bent het zeevlak dat glinsterend en ruim de gouden sterren spiegelt, je bent vrijheid in de hoogste vorm, je bent leven in de meest ruime en creatieve zin van het woord.

Vergeet de woorden. Vergeet de zinnen die je uit je hoofd moest leren. Vergeet de formules die je bent gaan gebruiken om de wereld te begrijpen. Glimlach als water. Voel de vrijheid van je ware wezen. Voel hoe alles in jou ruimer wordt en langzaam dansen gaat. Voel hoe alles beweegt en in miljoenen kleine tintelingen samenvloeit. Dit is wie jij bent. Jij bent het ware leven.

Zienderogen. Visioen van de nieuwe aarde

Nu verschenen bij Uitgeverij Aspekt

HET WACHT EENVOUDIG OM DOOR JOU TE WORDEN ONTDEKT “Het ligt voor eeuwig te wachten in je eigen hart. Je kunt ernaar zoeken, maar dan beweeg je er alleen van weg. Het kan door geen duizend legers in bezit worden genomen en door geen duizend professoren worden uitgelegd. Het is rijker dan de schatkamers van de rijkste koningen. Het is geduldiger dan engelenkoren. Het wacht eenvoudig om door jou te worden ontdekt.”

Zienderogen. Visioen van de nieuwe aarde is een bundel teksten waarin het onzegbare op elke pagina voelbaar wordt gemaakt. De lezer, die ontroering niet schuwt, voelt al gauw dat een zeer gevoelige snaar wordt geraakt. De beeldrijke teksten, die los van elkaar te lezen zijn, maar niettemin één krachtig visioen vormen, brengen dezelfde hoopvolle boodschap tot uitdruk-king: wanneer de mens de weg vindt naar zijn eigen hart kan hij de verandering zijn die hij zoekt in de wereld, hij wordt de wegbereider van de ‘nieuwe aarde’.

Kijk papa, een vlinder!

Kijk daar, papa! En je wees met je vinger naar een paarsblauwe vlinder. Wat je niet wist is dat het leven teer als vlindervleugels is, ongrijpbaar vlug en van een schoonheid die van boven deze aarde is. Wat je niet wist is dat het leven zeer aan je ogen kan doen, maar je dan weer uitnodigt om te dansen in het zonlicht. Ik volg je vinger en vind een lege plek.

En je handje grijpt naar bloemen die zo roze zijn als ik nog nooit bloemen heb gezien – zo fel zijn kleuren sinds ik door jouw ogen de wereld zie. Kijk papa – en je handje grijpt naar bladeren waarop dauwdruppels liggen, ik vraag me af of jij ze tevoorschijn hebt getoverd, want zoëven nog zag ik niets, maar nu zie ik kleine parels zó schoon en teder dat ik even niet ademhalen kan.

Kijk daar papa – weer wijst je hand, deze keer zijn al je vingers opgeheven als om de grootsheid  mee aan te geven van dit ogenblik, en als ik omhoog kijk zie ik kleine stofjes dwarrelen in zonlicht dat door ramen valt, en ik weet dat niets voor jouw blik verborgen blijven kan, en ik verwacht de dag dat al jouw vingers naar mijn hart wijzen met diezelfde ogen die deze wereld doorvorsend aanzien.

En ik zou zo graag willen weten wat jouw blik dan zeggen zou, of jouw lach die elke dag ondeugender is de kooi die mijn hart geweest is voorgoed ontgrendelen zou – en dat we dan samen naar de vlinders kijken die een voor een uit mijn binnenste opvliegen zouden, ze zouden zich niet langer schamen voor het licht maar zich verheugen in die paar dagen dat ze de zon aanschouwen mogen.

En zo wandelen wij in deze vlinderkas, je handje maait naar vleugels als om de schoonheid die zich een ogenblik openbaart in vuistjes die van geen kwaad weten te kluisteren, maar wat jij niet weet is dat de schoonheid die dit leven in overdaad geeft zich niet laat vangen, en dat vleugels hun schoonheid voorgoed bewaren als zij verdwijnen in licht dat zacht deinend door ramen valt.

In ieder leven is een dieper leven

Er is een zachte vrede, als je je ogen sluit en diep afdaalt in je binnenkamer. Er is een plaats waar geen stemgeruis binnendringt, waar de wereld met haar mallemolen geen herrie schoppen kan. Er is een plaats – en die plaats is in jou – waar een zachte vrede jou ontvangen wil met armen die wagenwijd open staan, een plaats waar je ware wezen eeuwig schittert als een gouden zon.

Er is een gouden zon in jou, die van eeuwigheid tot eeuwigheid brandt, er is een adem in jou die in de ochtend over de vlaktes blaast en stille liedjes in de bomen zingt. Díe adem is in jou die alles wat verloren loopt tot nieuw leven roept, die uit schijnbaar dode moerassen stralende bloemen geboren worden doet. Er is een leven in jou dat dieper reikt dan je diepste gedachten.

Er is een onpeilbaar diepe bron in alles wat leeft, en waar het zijn van ieder wezen zijn oorsprong heeft. Hier ligt het leven als een stil dier opgerold, met ogen die geheimzinnig glanzen. In ieder leven is een dieper leven. Zo geweldloos als maanlicht in sloten valt, zó bemint het jou, veel zachter dan woorden spreken kunnen en zachter dan handen zich om handen kunnen vouwen.

Er is een diep leven in jou dat geen namen heeft, maar zich krachtig in jou wil openbaren. Plaats je voeten op de weg waar het zonlicht valt en waar het zich steels bewegend om bloemstelen vouwt. Plaats je voeten op het kronkelende pad dat jouw leven is. Durf te gaan. Er is een groter leven dat zich in jouw leven wil ontvouwen. Er is een groter leven dat van jouw rafels opwindende dromen weeft.

Er is een magisch leven in jou dat nieuwe dromen weeft in jouw binnenste. Je hart dat gerafeld en gescheurd de sporen draagt van de winter vindt nieuwe vreugdes en de stromen die zich vernauwden tot smalle beken worden opnieuw klinkende watervallen. Houd niet tegen dat het leven zich vernieuwt. In jouw hart klopt een groter hart. In jou willen nieuwe dromen als gouden ganzen naar de horizon vliegen.

Als je vrede wilt, zoek haar…

Als je vrede wilt, zoek haar dan in je eigen binnenste. Ik zie dat je gedachten nog vol zijn van boosheid, leg ze maar neer tussen de zachte bloemen. Houd niet tegen, dat je helm die zo stevig op je hoofd stond nu tussen de paardenbloemen ligt, als lag zij daar altijd al, en je schouders die eens de kolf van een geweer droegen strelen nu bloemkelken.

Ik zie dat dezelfde vingers die het magazijn met kogels vulden nu de zachte vacht van veulens zoeken en je wangen die lang geen tedere vingers voelden raken de steel van bloemen die de geur van kruitdamp doen vergeten. Je ogen die onrustig en paraat de horizon aftuurden blijven nu verwonderd hangen op wollige schapenruggen.

Als je vrede wilt, zoek haar dan in je eigen binnenste. Zwijgen moeten bommen en blinde schoten. Er is een gezicht waarop jouw schieten was gericht. Laat zijn contouren langzaam scherper worden in je binnenste, nee niet schieten! Lijken zijn gelaatstrekken niet verdacht veel op de jouwe? Ook jij hebt zulke nieuwsgierige ogen, zulke vriendelijke lippen.

Herken dat het beeld waarop jij schiet geen ander is dan je eigen spiegelbeeld. Het slachtoffer is nooit een ander dan jouw ziel. Het slachtoffer is het diepe, oneindige leven dat in ons woont. Kijk eens goed in de ogen van wie voor je ligt, met pijnlijke groeven in het vermoeide gezicht. Zijn dat niet jouw rimpels in zijn ooghoeken?

Ik zie dat jouw hand de zijne zoekt, dat je één voor één zijn gehavende vingers streelt. Leg jullie handen nu samen in het gras, als een bloemenkrans, door een kind geregen. Wees nu dat kind. Kijk naar jullie vermoeide voeten. Leg je uniformen in het gras. Kijk naar hoe het gras met tedere precisie naar het genezende zonlicht groeit.

De eeuwigheid woont in jou

De wereld weeft verhalen van angst. Wanneer men in deze verhalen meegaat, is geestelijke rust voorgoed ondenkbaar. Met moet daadwerkelijk indalen in de eigen ziel en de smaak van de eeuwigheid op zijn tong proeven, anders blijft men voor altijd een dolende, opgejaagde ziel. 

De eeuwigheid woont in jou, je kunt het voelen als je je ogen sluit. Laat het geruis van de dag als stof van je af dwarrelen en al die gedachten die niet van jou zijn. Het zijn tijdelijke gasten in je innerlijke tempel. Je bent een engel in een aardse gedaante, vergeet dat niet. Laat door de modder van deze wereld je ziel niet denken dat zij minder is dan een ster. 

Kom in contact met je ware natuur. Je bent niet de wilde angsten die de oceaan van je geest keer op keer opzwiepen. Je bent niet de gedachten aan oorlog, ziekte en dood. Je ware natuur is wat daaronder verborgen ligt in diepe, opaalblauwe grotten. Je ware natuur is stiller dan de stilste amethyst. Ze ligt op tafel en zegt niets. Maar haar stilzwijgende schoonheid doet alles wat zij niet is verdampen alsof het er nooit is geweest. 

De eeuwigheid woont in jou, je kunt haar zachtjes horen fluisteren, als je je aardse oren een ogenblik afsluit en je ziel naar binnen keert. Je ziel, dat is daar waar het meest zuivere water tinkelend in gouden kommen valt. In het sprankelende water zie je glimlachend je aloude gezicht.

Er is een licht dat je teder omringt en dat je niet verlaten kan. Het weeft jouw bestaan van seconde tot seconde. Zo zijn er wezens die op elk moment liefdevol naar je kijken, die je geen ogenblik uit het oog verliezen. Je bestaan is bemind, meer dan je ooit bevatten kan. 

De kinderen van de zon

De kinderen van de zon zijn in aantocht. Ze hebben gouden gezichten en ogen waarin de sterren schitteren, zij hebben hun plaatsen ingenomen en staan klaar om naar de aarde te gaan.

Het zijn zij die helder weten en door aardse sluiers heen kijken. Iedere waan en illusie zullen zij wegvegen alsof het spinrag op de struiken was. Maak de weg vrij, want ik hoor het ruisen van hun zachte voeten.

De kinderen van de zon zijn in aantocht. Ze hebben het woord waarheid op hun lippen geschreven staan en er is geen façade of leugen die standhoudt voor hun doorvorsende blikken.

De kinderen van de zon zijn in aantocht. Kijk eens hoe wakker en sterk ze over de velden komen, het zijn net korenaren zo rijzig en stralend, uit hen zal een nieuwe mensheid ontstaan.

Uit hen zal een mens ontstaan die weet waar zijn afkomst ligt, hij zal de sterren gedenken ieder uur dat hij ademhaalt, maar hij zal zijn ziel in de aarde planten, en de aarde zal hemelse vruchten dragen.

De kinderen van de zon zijn in aantocht. Laten we daarom terugkeren in de armen van de aarde, laten we weer de liedjes neuriën die boven de aarde hangen waar de roerloze dieren staan.

Laten we weer roerloos worden als de dieren en de dingen. Laten we weer stil zijn en zingen. En laten we ons weer de aloude namen herinneren die in de sterren geschreven staan.

De kinderen van de zon is geïnspireerd door een tekst uit “Starseed” van Rebecca Campbell

De allerdiepste dingen

Er is in het diepste van je gedachten een zachtheid die aan lenteregens denken doet, als de velden met prille voorjaarsbloemen gewassen worden met milde haast onhoorbare stromen, zoals een moeder met haar pasgeboren baby doet. Zo mild en schoon zijn de gedachten die uit de diepe bronnen van je wezen opstijgen, ze laten geen wasem na op ruiten of een geur waarvoor je de ramen openzetten wil.

Er zijn gedachten waarvan je weet dat ze van ieder streven ontdaan zijn, ieder verlangen naar meer of anders is vreemd aan ze. Ze zijn kraakhelder als bergstromen die uit koele meren het dal opzoeken. Diep in je zijn bronnen waarvan geen kaarten zijn, er kwamen wel reizigers terug en in hun ogen stond een vreemde muziek, en ieder die haar probeerde te beschrijven vond zelf nieuwe klanken in zijn binnenste.

We zeilen in felgekleurde bootjes over de dingen die in hun eigen diepe wezen verzonken zijn, we zijn vergeten dat er een tijd van rijpen is. Er zijn ook reizen nodig, voordat een gesproken woord je hart bereikt. Soms lijkt het me, dat de allereerste dingen, het allerprilste licht dat de eerste dag bescheen, nu pas de ramen van mijn hart bereikt, ik zou anders niet weten wat dit stille blinken is dat mijn ziel verlicht.

Er zijn dagen dat een leeg strand en een zee zonder wind voldoende voedsel voor mijn wezen lijkt, en dat ieder doen een overdrijving lijkt van rusteloze lieden. Er zijn uren dat de klanken die in mijn binnenste ruisen ieder streven met milde verbazing aanzien, en dat ieder pogen een tedere glimlach krijgt. Er zijn minuten dat ik volmaakt tevreden naar het dansen van stofjes in het zonlicht zie.

De mens heeft zich van de dingen ver verwijderd. Als een reus wandelt hij door de wereld en raakt van de dingen slechts de oppervlakte aan. Hij bouwt zijn dromen zoals een kind met blokken speelt. Maar in hem stroomt een eeuwenoude rivier die hem soms in onrustige nachten wakker houdt. Heel soms gebeurt het, dat hij ontwaakt, en ziet dat zijn handen, bevrijd van vele taken, in koel en vredig maanlicht baden.